Groene, zwarte en witte thee komen allemaal van de theeplant, Camellia sinensis. Hun smaak verschilt vooral door de manier waarop het geplukte blad wordt verwerkt. Dat helpt je kiezen welke thee bij jouw smaak past.

Groene thee: fris en plantaardig
Na de pluk worden de bladeren verhit om oxidatie grotendeels te stoppen. Daardoor behoudt groene thee vaak een fris, grassig of licht nootachtig karakter. Sencha is een goede keuze als je een uitgesproken groene theesmaak zoekt. Met water dat net van de kook af is, wordt groene thee sneller wrang; probeer daarom eerst 70–80 °C.

Zwarte thee: vol en stevig
Bij zwarte thee krijgt het blad juist de tijd om sterk te oxideren voordat het wordt gedroogd. Daardoor ontstaan donkere bladeren en een vollere smaak. Een Ceylon zwarte thee is prettig als je een krachtige kop zoekt, bijvoorbeeld bij het ontbijt. Houd je van een frisse citrusgeur, dan kun je ook Earl Grey met bergamot proberen.
Witte thee: zacht en subtiel
Witte thee wordt doorgaans minder intensief bewerkt. Het resultaat kan zacht, licht bloemig en soms mild zoet smaken. Pai Mu Tan heeft grotere bladeren: geef ze ruimte in een ruime theezeef of pot en proef na enkele minuten.
En rooibos?
Rooibos komt van een andere plant en is dus botanisch geen thee. Het is van nature cafeïnevrij en heeft een zachte, eigen smaak. Groene, zwarte en witte thee bevatten wel cafeïne; de hoeveelheid in je kop verschilt onder meer per soort blad en bereidingswijze.
Wil je de verschillen zelf proeven? Zet de soorten eens naast elkaar in kleine koppen, zonder melk of suiker. Zo merk je welke geur en afdronk je het lekkerst vindt.

